Urineverlies? Train je bekkenbodem


 

 

 

 

Urineverlies? Train je bekkenbodem

Springen, niezen, hoesten, lachen en dan wat urineverlies. Veel vrouwen kennen het verschijnsel, vooral na een bevalling. Er is wat aan te doen.  Veel oefenen van de bekkenbodemspieren, zelf of onder begeleiding.

Incontinentie, ofwel ongewild urineverlies, een kwart tot de helft van alle volwassen vrouwen heeft er last van of last van gehad. Vooral na de bevalling. Bij een bevalling rekt de bekkenbodem op en die herstelt niet altijd helemaal goed. De spieren van de bekkenbodem kunnen dan niet meer goed de plasbuis dichtknijpen, waardoor bij toename van de druk het gaat lekken. Ook na de overgang kunnen vrouwen hiermee te maken krijgen. Vaak komt deze vorm van urineverlies alleen voor bij inspanning. Het wordt dan ook wel inspanningsincontinentie genoemd of stressincontinentie.

De mate waarin vrouwen er in het dagelijks leven last van hebben, verschilt aanzienlijk. Sterker maken van de bekkenbodemspieren kan het verschil maken. Dagelijkse oefeningen zorgen ervoor dat de klachten verminderen. Bij zeventig procent van de vrouwen verbetert het. Maar niet bij iedereen helpt oefenen.

Als er na drie maanden nog geen verbetering optreedt, kan de fysiotherapeut ondersteuning bieden. Als ook fysiotherapie niet helpt en de klachten hinderlijk zijn, kan een operatie soms uitkomst bieden. Huisarts Bop Dijkstra: ‘er wordt dan een bandje aangebracht dat er voor zorgt dat de plasbuis een beetje opgetild wordt. Hierdoor krijgt de bekkenbodem meer grip op de plasbuis, zodat die stevig dichtgeknepen kan worden. Het urineverlies verdwijnt of wordt veel minder. Het bandje wordt aangebracht door middel van een kijkoperatie en de operatie is dus niet ingrijpend en de resultaten zijn goed. Zo’n bandje blijkt effectief.’

Aandrang

Naast inspanningsincontinentie is er ook zogenoemde aandrangincontinentie, plotseling moeten plassen en de wc net niet halen. Dit komt vooral voor na de overgang, ook wel bij mannen, maar vooral bij vrouwen. Het kan ook optreden na een operatie of na bestralingen. Maar vaak is de oorzaak van de aandrangincontinentie niet duidelijk. Ook hier kan oefenen helpen. Oefenen betekent in dit geval het uitstellen van het plassen. Eens in de drie of vier uur plassen is gewoon, maar wie bang is om de wc niet te halen, gaat vaker. Maar als je uit voorzorg vaker gaat, verleert de blaas om de plas op te houden. Bij een steeds kleiner vulling van de blaas ontstaat aandrang gevoel en daarna een plasreflex. Het is dan zaak om te leren het plassen langer op te houden. De oefeningen die een huisarts of fysiotherapeut geven zijn daarop gericht. Plassen volgens een schema, dus niet te vaak. Of op de wc gaan zitten en proberen om de plas nog wat langer op te houden. Blaastraining kan helpen, maar alleen zolang de oefeningen regelmatig gedaan worden. Wie na drie maanden zelf proberen nog geen effect ziet, kan beter naar de huisarts gaan voor extra ondersteuning. Soms helpt training namelijk niet. De huisarts kan vragen om een plasdagboek bij te houden, zodat hij kan inschatten hoe erg de klachten zijn. Hij kan ook medicijnen voorschrijven die werken op de zenuwoverdracht op de blaas. Hierdoor ontspant de blaaswand en moet u minder vaak plassen. Dit kan verbetering geven, maar heeft net als ieder geneesmiddel bijwerkingen.

Oefeningen bij inspanningsincontinentie

Span de bekkenbodemspieren zes tellen strak aan (afknijpen). Blijf rustig doorademen. Probeer om tijdens het knijpen nog een paar keer extra hard aan te knijpen. Ontspan de bekkenbodemspieren zes tellen. doe deze oefening tien keer achter elkaar ( zes tellen knijpen, zes tellen ontspannen). Doe de oefening eerst op de grond, op je rug met gebogen benen en voeten. Let op dat bij het aanspannen van de bekkenbodemspieren ( afknijpen) de buik- en bovenbeenspieren ontspannen blijven en de billen op de grond blijven. Na een paar keer oefenen, kun je het ook staand doen, in de wachtrij bij de kassa bijvoorbeeld. Herhaal de oefening drie keer per dag. ( bron: Thuisarts.nl)

Oefeningen bij aandrangincontinentie

Schrijf gedurende een dag op welke tijden je plast. Bereken hoeveel tijd er tussen twee plasmomenten zit. Maak nu een plan of rooster met de tijden waarop je mag plassen. Als je in de tussentijd aandrang voelt, probeer dan het plassen uit te stellen. Daarbij helpen de volgende tips:

  • Zoek afleiding
  • Probeer te ontspannen (rustig tot tien tellen of in- en uitademen)
  • Span de bekkenbodemspieren licht aan (alsof je je plas ophoudt) en ontspan weer.

(bron: Thuisarts.nl)

Voor iPhone en Android is er zelfs een aparte bekkenbodem-app. Kijk in de appstore onder bekkenbodem.